Friese sjees

Een sjees is een licht, door paarden voortgetrokken kar die personen vervoert. Het woord sjees is afgeleid van het Franse woord voor stoel, namelijk: chaise. Het gene wat bijzonder is aan de kar tenopzichte van de gewone kar is dat de personenbak van de sjees is opgehangen met leren riemen. Ook kan een sjees voorzien zijn van een neerklapbare overkapping.

Friese sjees

De sjees worden van oudsher al gebruikt om Friese herenboeren op zondagen naar de Kerk te brengen. De sjees wordt voortgetrokken door een enkel- of dubbelspan, met name door Friese paarden. Vaak is de sjees voorzien van een bak waar één of twee personen op kunnen zitten. De bak is ook rijkelijk versierd met houtsnijwerk en volksschilderkunsten en is opgehangen tussen twee hoge wielen. De diameter van de wielen liggen vaak tussen de 122 centimeter en de 150 centimeter. Elk wiel heeft veertien spaken. Een bak is ook voorzien van een speciale koker voor de koetsierszweep en heeft de Friese sjees geen kap.

Wedstrijden

Friese sjeesFriese sjees worden van origine gebruikt voor de lokale drafsport, vandaag de dag worden de sjees gebruikt voor folkloristische shows en wedstrijden mee te rijden. Er lopen met wedstrijden Friese paarden bij uitstek voor. Bij het optuigen van de paarden, worden oogkleppen gebruikt die rijkelijk versierd zijn, bijpassende schoftstukken en borsttuigen worden dan ook gebruikt. Tijdens het lopen moeten de paarden goed ‘tuigen’ wat zeggen wil: statig stappen en ruim draven met fier geheven hoofden en hoge knieactie.

De berijders zijn verplicht Friese klederdracht te dragen. Bij mannen is dit een wit hemd, zwart jasje, een zwarte broek, hoge sokken en schoenen en een zwarte hoed. Bij de vrouwen moet je een lange jurk, witte kanten muts, hesjes en schorten dragen die bij de kleuren van de sjees passen.

De sjees die gebruikt worden in West-Friesland en in Zeeland worden ook nog regelmatig gebruikt tijdens het ringrijden.